GV Sportlust

Al ruim 100 jaar

 

Huishoudelijk regelement

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

 

Van Gymnastiekvereniging SPORTLUST te Julianadorp, gemeente Den Helder

 

Hoofdstuk I – Algemene bepalingen

 

Naam en domicilie.

Artikel 1

De vereniging draagt de naam: Gymnastiekvereniging SPORTLUST.

Zij is gevestigd te Julianadorp, gemeente Den Helder.

 

Doel.

Artikel 2a.

De vereniging heeft als doel de gymnastiek in de ruimste zin van het woord te bevorderen.

Zij tracht dit doel te bereiken:

a. door geregelde praktische beoefening van de gymnastiek;

b. door deelname aan en/of uitschrijven van wedstrijden;

c. door het aanwenden van alle wettige middelen welke het doel kunnen bevorderen.

 

Verenigingsjaar.

Artikel 3.

Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

 

Verhouding tot de Bonden.

Artikel 4.

De vereniging is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie. (K.N.G.U.)

 

Hoofdstuk II-Leden.

Artikel 5.

De vereniging heeft:

a.    Senior leden/ train(st)ers/bestuursleden,

b.    junior leden,

c.    ondersteunende leden = donateurs,

d.    ereleden,

 

Artikel 6.

Alle leden zijn natuurlijke personen, ondersteunende leden (donateurs), maar kunnen ook rechtspersonen, verenigingen of bonden zijn. 

Senior leden moeten de leeftijd van 18 jaren bereikt hebben. 

Junior leden zijn zij, die de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben. 

Ondersteunende leden (=donateurs) zijn zij, die de vereniging door een jaarlijkse bijdrage steunen. De bijdrage is aan een minimum gebonden, dat door de algemene vergadering wordt vastgesteld. 

Ereleden zijn personen, die wegens hun bijzondere verdiensten jegens de vereniging door de algemene vergadering met een meerderheid van ¾ der geldig uitgebrachte stemmen als zodanig zijn benoemd. Zij zijn van de verplichting tot contributiebetaling ontheven. Zij hebben overigens dezelfde rechten als de Senior leden.


Toelating van leden.

Artikel 7.

Het lidmaatschap wordt verkregen door de aanmelding bij en toelating door het bestuur. De aanmelding geschiedt bij het bestuur door invulling en inzending van een daartoe ter beschikking gesteld formulier waarop door ondertekening wordt verklaard, dat het zich meldende lid overeenkomstig statuten en huishoudelijk reglement zal handelen en zich daaraan zal onderwerpen. Toetredende leden verbinden zich aan de vereniging en aanvaarden tevens het Bondslidmaatschap (K.N.G.U. )

 

Artikel 8.

De toelating geschiedt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Hij/zij die als lid worden aangenomen, betalen, behalve het bij besluit van de algemene vergadering vastgestelde inschrijfgeld, de contributie met ingang van de eerste van de maand van zijn/haar lidmaatschap.

 

Artikel 8a.

Hij/zij die als lid worden aangenomen betalen, naast hun inschrijfgeld en contributie aan de vereniging, bondscontributie en inschrijfgeld aan de KNGU.

 

Beëindiging lidmaatschap

Artikel 9.

Het lidmaatschap eindigt:

a.    door de dood van het lid,

b.    door schriftelijke opzegging van het lid,

c.    door opzegging namens de vereniging,

d.    door royement krachtens besluit van het bestuur.

De schriftelijke opzegging van het lid geschiedt aan het desbetreffende secretariaat voor 1 juni of voor 1 december. In dit geval dient de contributie tot resp. eind juni of eind december te worden doorbetaald. Tussentijdse opzegging is alleen per kalendermaand mogelijk door verhuizing, langdurige ziekte of lichamelijke gebreken.

 

Staat van beschuldiging en schorsing.

Artikel 10.

Elk lid, genoemd in artikel 5 sub. a t/m d. dat zich schuldig maakt aan wangedragingen, de goede naam van de vereniging opzettelijk schaadt of in ernstige mate te kort schiet in zijn verplichtingen jegens de vereniging, kan door het bestuur of op een door tenminste vijf leden ingediend voorstel, in staat van beschuldiging worden gesteld. Wanneer het bestuur daartoe termen aanwezig acht, wordt aangeklaagde als lid geschorst.

 

Verhoor aangeklaagde.

Artikel 11.

Het bestuur belegt binnen drie weken na de vaststelling c.q. de ontvangst van de aanklacht een bestuursvergadering, waar aangeklaagde gelegenheid krijgt zich mondeling te verdedigen.

Bij verhindering of afwezigheid van aangeklaagde, wordt binnen 10 dagen een nieuwe vergadering belegd, waarin aangeklaagde, na bij aangetekend schrijven daartoe aanzegging te hebben gekregen, andermaal gelegenheid krijgt zich mondeling te verdedigen. In deze tweede vergadering doet het bestuur uitspraak ongeacht of de beklaagde aanwezig is of niet.

De in dit artikel neergelegde procedure is niet van toepassing op hen, die tekort zijn geschoten in hun contributieverplichtingen.

 

Toepassing strafmaatregelen royement.

Artikel 12.

Na toepassing van artikel 11 kan het bestuur op grond van de feiten zoals zich hebben voorgedaan en na verhoor van aangeklaagde en eventuele getuigen tot de volgende maatregelen besluiten:

a.    de staat van beschuldiging en eventueel de schorsing op te heffen zonder verder gevolg,

b.    de schorsing tot het instellen van een nader onderzoek verlengen,

c.    aangeklaagde een berisping toe te dienen en vervolgens te handelen als onder a. is vermeld,

d.    aangeklaagde bij wijze van strafmaatregel, onder het oog brengen dat het in belang van de vereniging of dat van hemzelf vereist, dat aangeklaagde met onmiddellijke inwerkingtreding als lid wordt bedankt,

e.    aangeklaagde voor de duur van nader onderzoek dan wel behandeling door de rechterlijke macht, tijdelijk op non actief stellen

f.     aangeklaagde te royeren als lid van de vereniging, hetgeen ondermeer geschiedt als hij/zij weigert te voldoen aan een opgelegde maatregel conform sub. Het bestuur is gerechtigd op grond van het constateren van het enkele feit van niet nakoming van de verplichting tot contributiebetaling, een boete van € 2,50 op te leggen. Na één tot tweemaal toe herhaalde waarschuwingen wordt de nalatige geroyeerd.

Een door het bestuur opgelegde maatregel is onmiddellijk van kracht.

 

Beroep.

Artikel 13.

Voor hen die menen dat zij ten onrechte, dan wel te zwaar zijn gestraft staat binnen een termijn van twee weken na dagtekening van het besluit van het bestuur beroep open op de algemene ledenvergadering, c.q. commissie van beroep van de K.N.G.U.  Bij niet nakoming van de contributieverplichtingen kan het beroep niet worden ingesteld.

 

Hoofdstuk III – Contributie.

 Artikel 14.

De contributies worden bij vooruitbetaling per kwartaal geïnd. De contributies al naar de onderscheiding in afdelingen en/of leeftijden worden bij afzonderlijk besluit van de algemene ledenvergadering vastgesteld. Het inschrijfgeld dat bij toelating van een lid wordt geheven worden eveneens door de algemene ledenvergadering vastgesteld. De bondscontributie wordt jaarlijks door de K.N.G.U. vastgesteld.

Overigens geldt de verplichting tot betaling van het inschrijfgeld en contributie zoals nader omschreven in de artikelen 6 t/m 13 in dit reglement.

Leden tot 16 jaar betalen jeugdcontributie.


Hoofdstuk IV – Bestuurlijke organisatie

Artikel 16.

Het hoofdbestuur bestaat uit tenminste vijf leden, namelijk:

a.    Voorzitter,

b.    Secretaris,

c.    Penningmeester,

d.    Vice-voorzitter, tevens lid van de wedstrijdcommissie

e.    Lid, tevens lid van de wedstrijdcommissie.

Zij worden voor de tijd van vier achtereenvolgende jaren door de algemene vergadering gekozen uit seniorleden, ereleden en leden van verdienste.

De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden in functie gekozen. De overige bestuursfuncties worden door het bestuur in onderling overleg verdeeld.

 

Artikel 17.

De leden van het bestuur treden, zoveel mogelijk in gelijk aantal, volgens een opgemaakt rooster af en wel zo, dat in vier achtereenvolgende jaren deze aan de beurt voor aftreden zijn gekomen.

Dit rooster, geldig voor de eerste vier jaren, wordt samengesteld door het algemeen bestuur, zodanig dat de voorzitter, de secretaris en de penningmeester niet in het zelfde jaar aftreden. Een aftredend bestuurslid is terstond herkiesbaar.

 

Artikel 18.

Een bestuurslid houdt op lid van het bestuur te zijn door verlies van één der bij het reglement bepaalde vereisten.

Het bestuur heeft de uitvoerende macht en het beheer der gelden en houdt toezicht op de naleving van de statuten en reglementen.

Het bestuur kan alleen rechtsgeldige besluiten nemen, als meer dan de helft van de bestuursleden ter vergadering aanwezig is.

Het bestuur is verantwoording aan de algemene ledenvergadering schuldig. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of wanneer 2 leden van het bestuur zulks wensen. Laatstbedoelde vergadering moet binnen een week na daartoe geuite wens worden belegd.

 

Artikel 19.

Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging in en buiten rechten. Het kan buitengerechtelijke vertegenwoordiging opdragen aan door haar aangewezen gemachtigde(n).

 

Het dagelijks bestuur.

Artikel 20a.

Het dagelijks bestuur, bestaande uit de voorzitter, de secretaris en de penningmeester, is belast met de dagelijkse werkzaamheden en is verantwoording schuldig aan het bestuur.

 

Artikel 20a.

De besturen van de beide afdelingen zijn verantwoording schuldig aan het bestuur.

 

Voorzitter.

Artikel 21.

De voorzitter heeft de leiding van de dagelijkse werkzaamheden van de vereniging. Hij leidt de algemene vergadering en de bestuursvergaderingen. Hij vertegenwoordigt de vereniging bij officiële gelegenheden. Hij beslist in bestuursvergaderingen bij staking van de stemmen.

 

Secretaris.

Artikel 22.

De secretaris is ondermeer belast met:

a.    het bijhouden van de notulen van de vergaderingen;

b.    het voeren van de algemene correspondentie;

c.    het in goed geordende staat houden van het archief;

d.    de verzorging van het algemene ledenregister;

e.    het opmaken van een schriftelijk jaarverslag en dit uitbrengen op de algemene ledenvergadering;

f.     de verdere door het bestuur, na overleg met de secretaris, aan hem/haar op te dragen werkzaamheden.

g.    De secretaris maakt deel uit van de wedstrijdcommissie

 

Penningmeester.

Artikel 23.

De penningmeester is onder meer belast met:

a.    het beheer van de gelden van de vereniging;

b.    het innen van de contributies;

c.    het innen van de donaties;

d.    het verzorgen van subsidieaanvragen;

e.    het administreren van de contributies;

f.     het administreren van de donaties

h.    het opmaken van een schriftelijk jaarverslag over de financiële positie van de vereniging en dit uitbrengen op de algemene ledenvergadering;

g.    het beheren en administreren van door de vereniging ingestelde reservefondsen;

h.    het beheren van andere fondsen voor een bepaald doel;

i.     het maken van een door het bestuur vooraf goedgekeurde begroting voor het komende verenigingsjaar;

j.     het opstellen van een lijst van alle bezittingen van de vereniging.

Hij is verplicht om de aan hem afgedragen gelden of de aan zijn zorg toevertrouwde gelden van de vereniging op verantwoorde wijze te bewaren.

De contanten in kas zullen in het algemeen een bedrag van €100,-- niet te boven mogen gaan. Het meerdere zal op een door het bestuur bepaalde wijze moeten worden belegd bij een spaarbank of anderszins.

De penningmeester behoeft machtiging van het dagelijks bestuur om grotere bedragen dan €100,-van de belegde gelden op te nemen of daarvan rechtstreeks betalingen te doen.

 

Kascommissie.

Artikel 24.

De kascommissie bestaat uit twee leden, door de jaarlijkse algemene vergadering voor twee jaren te verkiezen. Zij zijn beurtelings aftreedbaar. Leden van het bestuur hebben bij deze verkiezing geen stemrecht en zijn niet als zodanig verkiesbaar. Zij is belast met de controle en het toezicht op het geldelijk beheer van de penningmeester, en brengt hiervan jaarlijks schriftelijk rapport uit aan het bestuur. Dit rapport wordt jaarlijks aan de algemene vergadering aangeboden en zal strekken tot het al of niet goedkeuren van het door de penningmeester gevoerde beleid. Zij heeft het recht te allen tijde inzage in de boeken en bescheiden van de penningmeester te krijgen. Bij geconstateerde onregelmatigheden brengt zij onmiddellijk verslag uit aan het bestuur.

  

Wedstrijdcommissie.

Artikel 25.

is onder meer belast met:

a.    organisatie van onderlinge wedstrijden.

b.    organisatie van regionale/ districtwedstrijden

c.    het onderhouden van contact met bestuurlijke instanties, die zich bezighouden met de wedstrijdsport, o.a. de K.N.G.U.,

d.    het geven van leiding en instructies aan de toestellencommissie tijdens wedstrijden,

e.    de voorbereiding van wedstrijden samen met de technische commissie.

f.     de algehele leiding van deze wedstrijden,

g.    vroegtijdige berichtgeving aan en inschrijving van iedere deelnemer/-ster en belanghebbende van een wedstrijd,

h.    het contact met het bestuur, opdat alle toestellen en andere eigendommen van de vereniging in optimale staat verkeren,

i.     verslaggeving van alle hier bovengenoemde activiteiten aan het bestuur,

j.     de verzorging van de wedstrijduitslagen en plaatsing op de web site

 

Toestellencommissie.

Artikel 26.

De commissie van materiaal wordt jaarlijks door de algemene vergadering benoemd.

De toestellencommissie is ondermeer belast met:

a.    de zorg voor het materiaal onder controle van het dagelijks bestuur.

b.    het dagelijks bestuur op de hoogte houden van de onderhoudstoestand van het materiaal

c.    voert kleine reparaties zo veel mogelijk zelf uit.

Bij het constateren van beduidende gebreken zal het herstel in overleg met het bestuur aan derden worden overgedragen.

 

Technische leiding, niet in loondienst

Artikel 27.

Aan de vereniging kunnen een of meer leiders/leidsters verbonden zijn op voordracht van het bestuur.

Ze hebben alleen aanspraak op vergoeding van door hen noodzakelijk te maken incidentele onkosten en daarenboven een maandelijkse vaste vergoeding.

Deze vergoeding wordt in het bestuur vastgesteld.

De leiders/leidsters dragen de volle verantwoordelijkheid voor de technische gang van zaken in de vereniging. Zij zijn bevoegd leden en/of aspirant leden die daartoe aanleiding geven, de toegang tot de turnzaal te ontzeggen. De leiders/leidsters vragen de oefentijd aan in overleg met het bestuur en bepalen de uit te voeren oefenstof zelf. Bij verhindering zorgt de leider/leidster zelf voor een vervanger/-ster in zijn/haar plaats.

 

Indien meerdere leiders/leidsters aan de vereniging verbonden zijn, moeten ze regelmatig onderling overleg plegen over de technische gang van zaken, waaronder ook de onderlinge wedstrijden, uitvoeringen, demonstraties en het opstellen van werkprogramma’s enz. vallen.

 

Algemene vergadering.

Artikel 28.

Binnen drie maanden na afloop van elk verenigingsjaar belegt het bestuur een algemene ledenvergadering, waarin door het bestuur onder andere rekening en verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beleid.

Buitengewone ledenvergaderingen worden gehouden, indien het bestuur zulks nodig oordeelt of indien tenminste tien leden in een met redenen omkleed schrijven daartoe strekkend verzoek bij het bestuur hebben ingediend. In het laatste geval moet binnen 4 weken na het ontvangen van het verzoek de vergadering worden gehouden. Blijft het bestuur in gebreke aan genoemd verzoek te voldoen, dan hebben bedoelde leden het recht zelf een buitengewone vergadering uit te schrijven, mits tijdig en behoorlijk bijeengeroepen.

 

Artikel 29.

De oproeping tot de algemene ledenvergadering geschiedt door persoonlijke dan wel schriftelijke kennisgeving, aan de tot de algemene ledenvergadering toelaatbare personen als bedoeld in artikel 31, tenminste 4 weken voor het houden van de vergadering met omschrijving van tijd, plaats en de te behandelen agendapunten. Alleen in spoedeisende gevallen is het bestuur gerechtigd de ledenvergadering op korte termijn bijéén te roepen.

 

Artikel 30.

Tot de algemene vergadering hebben toegang:

a.    seniorleden (train(st)ers;

b.    donateurs;

c.    ereleden;

d.    leden van verdienste.

De leden sub. a, b, d hebben recht het woord te voeren. Zij hebben ook het recht staande de vergadering een voorstel in te dienen, mits ondersteund door tenminste vijf stemgerechtigden en mits zulk een voorstel geacht kan worden voort te vloeien uit de in behandeling zijnde agendapunten.Ten aanzien van dit laatste besluit de algemene vergadering bij meerderheid van stemmen. Schriftelijk door hen ingediende voorstellen moeten in het algemeen tenminste tien dagen voor de vergadering bij de secretaris zijn ingekomen.

 

Agendapunten.

Artikel 31.

Op de agenda van de gewone jaarlijkse algemene ledenvergadering worden tenminste de volgende punten ter behandeling geplaatst:

a.    notulen vorige vergadering,

b.    jaarverslag secretaris,

c.    rekening en verantwoording over het afgelopen jaar door de penningmeester,

d.    verslag kascommissie,

e.    vaststelling begroting voor het komende jaar,

f.     verkiezing bestuursleden,

g.    ingekomen voorstellen.

Het bestuur stelt voorzover mogelijk voor elke vacante bestuursfunctie een kandidaat. Het bestuur doet, indien mogelijk van deze kandidaatstelling mededeling bij de schriftelijke oproep tot de algemene ledenvergadering.

 

Stemrecht.

Artikel 32.

De leden bedoeld in artikel 30, sub a. hebben stemrecht (zie ook toelichting in artikel 4 van de Statuten).

 

De stemming.

Artikel 33.

Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, tenzij in de statuten anders is bepaald. Bij staking van stemming over zaken is het voorstel verworpen.

De stemming over personen geschiedt per vacature met gesloten briefjes. De stemming over zaken geschiedt mondeling. De voorzitter benoemt het stembureau, bestaande uit drie leden. Het stembureau beslist over de geldigheid van een biljet. Van geen waarde zijn de biljetten:

a.    welke niet zijn ingevuld;

b.    welke een persoon niet duidelijk aanwijzen;

c.    welke meer bevatten dat hetgeen strekt tot duidelijke aanwijzing van de persoon of de personen, respectievelijk zaken die bedoeld zijn;

d.    welke ondertekend zijn;

e.    welke namen bevatten van personen, die niet verkiesbaar zijn;

f.     welke onleesbaar zijn.

Indien bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt er een tweede vrije stemming plaats. Is ook dan geen volstrekte meerderheid verworven dan moet een herstemming plaatsvinden tussen de twee kandidaten, die bij de stemming het hoogste aantal stemmen hebben behaald. Indien bij de herstemming de twee kandidaten hetzelfde aantal stemmen krijgen beslist het lot.

 

 

Afdelingen.

Artikel 35.

Indien de algemene vergadering besluit tot het oprichten van bijzondere afdelingen voor sporten, anders dan gymnastiek, dan zullen daarvoor afzonderlijke reglementen worden vastgesteld.

 

Algemene bepalingen. 

Artikel 36.

In de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of een artikel is voor verschillende uitleg vatbaar, dan beslist het bestuur. Wijzigingen van dit reglement kan plaats vinden in de algemene vergadering na een verkregen meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen. De voorstellen daartoe moeten tenminste twee weken voor de vastgestelde algemene ledenvergadering aan de leden op de gebruikelijke wijze zijn bekend gemaakt.

 

Artikel 37.

Een voorstel tot ontbinding van de vereniging kan alleen behandeld worden in een buitengewone algemene vergadering, indien dit tenminste 4 weken van te voren ter kennis van de stemgerechtigden van de algemene vergadering is gebracht. Hierbij aangenomen, dat er een meerderheid van 2/3 van de uitgebrachte geldige stemmen is. In dit geval van ontbinding wordt over de bezittingen van de vereniging beschikt op de wijze, welke de algemene vergadering zal bepalen, rekening houdend met de terzake geldende bepalingen van het Burgerlijke Wetboek.

 

Slotbepalingen. 

Artikel 38.

Dit reglement en/of wijzigingen treden in werking met ingang van de dag volgend op die waarin de algemene ledenvergadering het besluit daartoe genomen heeft.

 

Licentiebeleid KNGU.

 

http://www.kngu.nl/nl/bond/organisatie/statuten-reglementen

 

Gedragsregels voor begeleiders/ trainers

GV Sportlust Julianadorp.

 

 

BEGRIPSBEPALING:

 

In deze gedragsregels wordt verstaan onder:

Begeleider :                  a) sporttechnisch kader (trainers / coaches/ assistent trainers/ coaches )

b) sportorganisatorisch en facilitair kader (leiders, begeleiders, b.v bij de gang naar  wedstrijden of begeleidend tijdens wedstrijden, medewerk(st)ers van de wedstrijdorganisatie, leden van de toestelcommissie, enz.)

                                    c) leden van het bestuur (algemeen en afdeling)

Gymnast/ Sporter :       alle deelnemers aan enige gymnastische of andere bij de vereniging                    

                                  behorende sport activiteit, ongeacht leeftijd en geslacht.

De vereniging       :      GV Sportlust Julianadorp

 

WERKINGGEBIED:

De gedragsregels gelden voor allen die direct of indirect betrokken zijn bij de begeleiding of sportbeoefening van één of meer gymnasten/ sporters.

Deze regels gelden naast of als aanvulling op richtlijnen van begeleiders die voor de uitoefening van hun beroep al over eigen gedragscodes beschikken, zoals artsen, fysiotherapeuten, enz.

Andere betrokkenen zoals familieleden, medegymnasten/ sporters, bezoekers van wedstrijden of de trainingen, dienen deze regels eveneens na te leven.

 

N.B. : Daar waar de mannelijke begripsuiting wordt gehanteerd is ook de vrouwelijke uiting van         toepassing.

Onder de begrippen gymnast/ sporter wordt verstaan  jongens/ meisjes en vrouwen/mannen.

 

INHOUD :

 

1            Omgeving en sfeer

 

2            Vaststellen van concrete doelen

 

3            Respect voor waardigheid en privé leven

 

4            (Machts)Misbruik en intimidatie

 

5            Belang van de gymnast(e)/ sporter

 

6            Seksueel misbruik

 

7            Seksuele toenaderingspoging

 

8            Nodeloos aanraken

 

9            Verbale intimiteiten, grof taalgebruik

 

10          Omgang met de gymnast(e)/ sporter

 

11          Verplichting tot samenwerking

 

12          Ontvangen van vergoeding, beloning of geschenken.

 

13          Respecteren van toevertrouwde feiten.

 

14          Toezicht op naleven gedragsregels

 

15          Slotbepaling.

  

1.

De begeleider moet voor een omgeving en sfeer zorgen waarbinnen de sporter zich veilig voelt (verkeren, te bewegen).

 

De gymnast/ sporter  moet als mens worden gerespecteerd, in samenhang met de sportactiviteiten en zijn (fysieke en mentale) mogelijkheden, zonder onderscheid naar of nadruk te leggen op  geslacht, ras, culturele achtergrond, religie, leeftijden en lichamelijke kenmerken.

  

2.

Vaststellen van concrete doelen.

 

De begeleider stelt, in overleg met de gymnasten/ sporters en, indien minderjarig tevens met de ouders, afhankelijk van en rekening houdend met de capaciteiten van de gymnast/ sporter, concrete doelen vast  ( SMART, specifiek , meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden).

  

3.

Respect voor waardigheid en privé-leven.

 

De begeleider respecteert de waardigheid van de gymnast/ sporter en dringt niet verder door in diens privé-leven dan nodig is voor het bereiken van de doelen zoals bedoeld onder 2.

 

4.

(Machts) Misbruik , intimidatie.

 

De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of intimidatie tegenover de gymnast/ sporter.

 

Omdat het oordeel en het handelen van de begeleider het leven van de gymnast(e)/ sporter kan beïnvloeden moet hij alert zijn op het gebruik van persoonlijke, financiële sociale, organisatorische en politieke factoren die tot misbruik van zijn invloed kunnen leiden.

Misbruik of intimidatie is bijvoorbeeld het gebruik van de (professionele) relatie voor privé doeleinden van de begeleider, zoals eigen materieel of immaterieel gewin, bevrediging van eigen  seksuele en/of agressieve verlangens of het misbruiken van het uit zijn deskundigheid en of positie voortvloeiend overwicht.

  

5.

Belang van de gymnast/ sporter.

 

Het belang van de gymnast/ sporter staat centraal.

De begeleider gebruikt of misbruikt de (sportieve) situatie niet ten koste van het belang van de gymnast/ sporter.

 

Voorbeelden van dergelijk misbruik zijn:

a)    een seksueel en/of erotische geladen sfeer scheppen

b)    de gymnast/sporter op een niet functionele wijze bekijken, waarbij de ogen zijn gericht op de geslachtskenmerken

c)    met seksueel gedrag ingaan op de verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de gymnast/ sporter.

d)    vormen van aanranding

e)    exhibitioneren.

 

6.

Seksueel misbruik.

 

Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige gymnast/ sporter

Tot 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd, worden beschouwd als seksueel misbruik en kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.

 

Hierbij is aansluiting gezocht bij het wetboek van strafrecht.

Hierin wordt strafbaar gesteld:

a)    gemeenschap met meisjes tot 12 jaar (art. 244)

b)    gemeenschap met vrouwen tot 16 jaar als zij daartoe een klacht indienen (art. 245.)

c)    feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246)

d)    verleiding van een minderjarige tot ontucht door bijvoorbeeld giften, beloften, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht (art. 248  ter)

e)    ontucht met misbruik van gezag , zoals met minderjarige eigen kinderen (inclusief stief en pleegkinderen), pupillen en aan de zorg, opleiding of waakzaamheid  toevertrouwde minderjarigen (art. 249).

Dit geldt onder andere ook voor ambtenaren, bestuurders, geneeskundigen en onderwijzers.

 

Om te voorkomen dat gevallen van seksueel misbruik in de doofpot geraken wordt de gymnast/ sporter geadviseerd van seksueel misbruik aangifte te doen.

Het is aan de officier van justitie om te bepalen of strafrechtelijke vervolging plaats vindt.

 

In geval van verdenking van seksueel misbreuk stelt het bestuur per direct de betrokken train(st)er voor de duur van het onderzoek op non-actief.

 

7.

Seksuele toenaderingspoging.

 

De begeleider gaat niet in op seksuele toenaderingspogingen van de gymnast/ sporter en onderneemt zelf ook niet dergelijke toenaderingspogingen.

 

In een (professionele ) relatie met de begeleider en de gymnast/ sporter kunnen bij beiden gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke.

Deze gevoelens kunnen zijn:

·       verliefdheid

·       agressie

·       afkeer

 

Bij het ontdekken van deze gevoelens dient de begeleider dan wel de gymnast/sporter

Tijdig passende maatregelen te nemen, waarbij wordt gedacht aan het verbreken van de professionele dan wel emotionele relatie.

Al dan niet jeugdige gymnasten/ sporters die op  het moment zelf wel positief staan tegenover seksueel contact, bijvoorbeeld omdat zij verliefd zijn op de begeleider, realiseren zich vaak pas achteraf  dat bij het gebeurde vraagtekens zijn te plaatsen.

 

8.

Nodeloos aanraken.

 

De begeleider raakt de gymnast/ sporter niet op zodanige wijze nodeloos aan, dat de gymnast/ sporter deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard kan ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

 

Uitgangspunt hierbij is dat de gymnast/ sporter het contact als seksueel ervaart.

Dit kan bijvoorbeeld zijn :

·       bij begroeting of afscheid de hand te lang vasthouden

·       iemand naar zich toe trekken om te kussen

·       zich tegen de gymnast/ sporter aandrukken

·       andere ongewenste aanrakingen

De begeleider zorgt er voor dat, daar waar lichamelijk contact noodzakelijk is en functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact (aanraking) nooit verkeerd - in de zin van seksueel -  kan worden geïnterpreteerd.

 

9.

Verbale intimiteiten , grof taalgebruik

 

De begeleider onthoudt zich van verbale intimiteiten en grof taalgebruik.

 

Hierbij kan gedacht worden aan:

1)  seksueel getinte opmerkingen en insinuaties (grove taal, schuine moppen), onder het mom van         

     “dat moet kunnen”.

2)  Het stellen van niet functionele vragen – vaak onnodig in detail – over het seksleven van de 

     gymnast/ sporter,  bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen.

 

10.

Omgang met de gymnast/ sporter

 

De begeleider gaat gereserveerd  en met respect om met de gymnast/ sporter, in ieder geval in de volgende situaties: Tijdens trainingen (stages) wedstrijden en reizen, met name ook in de ruimten als de kleedkamer en aanpalende doucheruimtes  of de hotelkamer.

 

De begeleider hanteert het spanningsveld van vertrouwelijk kunnen zijn, maar niet grensoverschrijdend .

De gymnast/ sporter moet zo min mogelijk in een situatie van isolement of afhankelijkheid terecht komen.

Gereserveerd en met respect omgaan met de gymnast/ sporter kan bijvoorbeeld betekenen dat de begeleider en de gymnast/ sporter bij voorkeur niet getweeën op reis gaan en in ieder geval niet op één kamer slapen of dat de gymnast/ sporter niet allen thuis bij de begeleider wordt ontvangen.

Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de gymnast/ sporter zich kan bevinden , betekent dat de gymnast/ sporter zich daar veilig moet voelen, dat zijn privacy gewaarborgd is en dat de sociale controle niet is uitgesloten.

Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

·       het niet zonder aankondiging betreden van kleed of hotelkamer.

·       Het open laten staan van de deur na het binnen treden tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy.

·       Geen gesprek dan wel overleg met de gymnast/ sporter in de kleed of hotelkamer houden maar altijd in een niet intieme ruimte.

·       Niet gezamenlijk met de gymnast/sporter douchen of omkleden in dezelfde ruimte of deze ruimte betreden tijdens het omkleden of douchen.

Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden, dan is het veelal noodzakelijk zich ergens terug te kunnen trekken.

Het verdient aanbeveling om, in geval de train(st)er alleen met een turn(st)er inde sportzaal verkeert indien mogelijk deuren open te laten staan.

Het verdient aanbeveling tijdens het omkleden de kleedruimtes niet te betreden als daar geen directe noodzaak toe bestaat.

 

11.

Verplichting tot samenwerking.

 

De begeleider is verplicht met personen of instanties samen te werken die de belangen van de jeugdige gymnasten/ sporters samen met hen behartigen opdat deze instanties hun werk naar behoren kunnen uitoefenen.

 

12.

Verplichting tot bescherming.

 

De begeleider heeft binnen de (sportieve) situatie de plicht de gymnast/ sporter te beschermen tegen schade en misbruik door derden.

 

Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de gymnasten/ sporters.

De begeleider neemt daarvoor de redelijke en noodzakelijke maatregelen ter voorkoming van (lichamelijke en geestelijke) schade en misbruik.

 

13.

Ontvangen van vergoeding, beloning of geschenken.

 

De begeleider geeft de gymnast/ sporter geen (im)materiële vergoedingen met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen.

Ook aanvaardt de begeleider geen financiële beloning en of geschenken van de gymnast, die in onevenredige verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering.

 

Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider dan wel van de gymnast/ sporter in het gedrang te komen.

 

14.

Respecteren van toevertrouwde feiten.

 

De begeleider respecteert feiten die aan hem zijn toevertrouwd.

Er worden slechts mededelingen aan derden gedaan , indien mogelijk in overleg met de gymnast/sporter c.q. zijn wettelijk vertegenwoordigers,  als de begeleider ervan is overtuigd dat de belangen van de gymnast/ sporter of zijn omgeving hiermee zijn gediend.

 

Als een begeleider van een gymnast/ sporter bijvoorbeeld medische gegevens krijgt toevertrouwd, is de begeleider niet vrij deze , in welke vorm dan ook, bekend te maken.

Een uitzondering zou kunnen worden gemaakt als de begeleider van mening is dat de gymnast/ sporter een lichamelijk of geestelijk risico loopt, of als hij kennis krijgt van strafbare feiten.

Hij kan deze gegevens dan doorgeven naar bijvoorbeeld een (vertrouwens)arts of het landelijk meld en consultatiepunt.

 

15.

Toezicht op naleving van de gedragsregels.

 

De begeleider ziet er actief op toe dat deze regels, door iedereen die is betrokken bij de gymnast/ sporter, worden nageleefd.

Hij neemt passende maatregelen als hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels.

 

De te nemen passende maatregelen kunnen onder meer zijn:

 

a)    het optreden van de begeleider zelf

b)    melding aan een vertrouwenspersoon dan wel het landelijk meld en consultatie punt

c)    opname in het “registratiesysteem zedendelicten” van de KNGU (in geval van een zedendelict t.a.v. een gymnast).

d)    het aanhangig maken van een klachtzaak bij de tuchtcommissie.

Dit kan leiden tot ontneming van de licentie/  trainers bevoegdheden, een verbod tot uitoefenen van de functie of functies tot schorsing of ontzetting.

De begeleider moet zich realiseren dat hij een voorbeeldfunctie heeft.

Ook dient de begeleider de gymnast in voorkomende gevallen te wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een klacht.

 

16.

Slotbepaling.

 

In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.